Lange Pier


Grote Pier (Fries: Grutte Pier, 1480? - 28 oktober 1520) is de naam waaronder

Pier Gerlofs Donia als Fries vrijheidsstrijder bekendheid heeft gekregen.

Rond zijn figuur heeft zich een uitgebreide legendevorming voorgedaan en het is

moeilijk te zeggen wat er van de verhalen over Grote Pier op waarheid berust en

wat niet.   Donia werd in de tweede helft van de 15e eeuw geboren. In 1498

kwam Friesland in handen van Albrecht van Saksen en een paar jaar later

probeerden de graven van Holland rechten op Friesland te laten gelden en ze

vielen Friesland diverse malen aan, wat onder andere in de bezetting van

Stavoren resulteerde. 

Donia was aanvankelijk boer te Kimswerd. Toen zijn boerderij in 1515 door

Saksische troepen werd platgebrand, ontwikkelde hij zich tot een fel bestrijder

van de Saksische en Hollandse bezetters. Onder zijn leiding opereerde een

kapervloot op de Zuiderzee die Hollandse schepen en steden plunderde.

Aan Donia worden een reusachtige gestalte en een bovenmenselijke kracht

toegeschreven (zie de anekdote aan het einde van dit artikel). Donia wordt ook

als bedenker van het schibbolet Būter, brea en griene tsiis, wa't dat net sizze kin,

is gjin oprjochte Fries gezien. Hij zou dat hebben gebruikt om na te gaan of de

opvarenden van schepen op de Zuiderzee wel Fries waren. Was dat niet het geval,

dan zouden ze onverbiddelijk gekielhaald zijn, en werd hun schip geplunderd.

Volgens de legende droegen Donia en zijn mannen de buit van de geplunderde

schepen af aan hertog Karel van Gelre, die steun in de strijd tegen de Hollanders

had toegezegd. Toen bleek dat Karel in 1517 zelf een machtspositie in Friesland

probeerde te verwerven, was Donia zo teleurgesteld, dat hij zich uit de strijd

terugtrok.  Hij vestigde zich aan het Grootzand om tot zijn overlijden in 1520 nog

enkele jaren als rustige burger in Sneek te blijven wonen.  Volgens de/een legende

is hij begraven in de Martinikerk.